Koop je tickets

Gaap… in winterrust!

In het Honderdduizend Dierenhuis leven zo’n zestig diersoorten waar je de kriebels van krijgt. Diersoorten die misschien minder bekend zijn dan een tijger of een olifant, maar minstens zo interessant. Alleen al om de reden hoe deze kriebeldieren op de seizoenswisselingen reageren. In deze blog vertelt dierverzorger Ronnie Joha je hier alles over.

Ronnie Joha is dierverzorger in het Honderdduizend Dierenhuis en weet alles over de dierbewoners van het Dierenhuis. Hij heeft al jaren een groot hart voor slangen, spinnen, hagedissen en salamanders.

Karakters

Veel mensen denken dat je met dit soort dieren moeilijker een band opbouwt dan met bijvoorbeeld een rode panda of olifant. Begrijpelijke gedachte, maar toch een misvatting. Ook bij een leguaan of hagedis kun je karakters onderscheiden en herken je duidelijke lichaamstaal. Zo kan ik bijvoorbeeld merken of een dier alert is of honger heeft.

Jaargetijden

In het Honderdduizend Dierenhuis leven dus heel veel verschillende soorten en die vragen allemaal om een specifieke vorm van verzorging. Als ik alleen al vertel dat er mieren, boa constrictors, vissen, grijpstaartskinken en Fiji leguanen in het Dierenhuis leven; dat zijn allemaal uiteenlopende diersoorten. Ook het jaargetijde speelt een belangrijke rol in het managen van deze dieren. In het wild heeft de winterperiode veel invloed op de leefomstandigheden van deze soorten. Wij bootsen deze natuurlijke situatie na. Bij de chuckwalla en halsbandleguaan wordt bijvoorbeeld het aantal lichturen stapsgewijs teruggebracht. Vanaf eind oktober staat de verlichting in hun verblijf steeds een uurtje minder lang aan tot het gewenste aantal verlichtingsuren is bereikt. Met het minimaliseren van deze uren, daalt ook de temperatuur steeds een stukje.

Bij de chuckwalla en halsbandleguaan wordt bijvoorbeeld het aantal lichturen stapsgewijs teruggebracht.

Tijdens deze winterperiode zijn de dieren een stuk passiever en zoeken zij meer de beschutting op. Tot de wereld weer ontwaakt en de eerste blaadjes aan de bomen komen. De temperatuur gaat dan trapsgewijs weer omhoog en het aantal lichturen neemt weer toe.

Winterrust

Er is ook een aantal dieren die in een ‘winterrust’ gaan. Een ‘winterrust’ is trouwens iets anders dan een ‘winterslaap’. Bij een winterslaap gaan de dieren in een lichaamstoestand waarin niet wordt gedronken en gegeten. Bij een winterrust bewegen de dieren sporadisch, eten niet, maar drinken wel. Het gilamonster is een diersoort dat in winterrust gaat en daar komt heel wat bij kijken. Het is niet zo dat deze dieren tijdens de bibbermaanden rechtstreeks naar een aardedonker verblijf worden gebracht waar wij vervolgens maanden niet meer naar omkijken.

Het gilamonster leeft normaal in een terrarium waar het 55 graden is. Stap voor stap zakt hun omgevingstemperatuur naar tien graden. Bij die temperatuur gaan de dieren in winterrust. Dit gebeurt in een donkere, koele ruimte achter de schermen.

Het gilamonster leeft normaal in een terrarium waar het 55 graden is.

Tijdens de winterrust gaan de gilamonsters in een ruststand, dus ook hun darmen. Voor deze reptielen tijdelijk verhuizen, moeten zij helemaal zijn ‘uitgepoept’. Natuurlijk houden wij de dieren in hun tijdelijke verblijf ook nauwlettend in de gaten, zo zorgen wij ervoor dat de dieren genoeg te drinken krijgen. Voor de gezondheid van de gila’s is de winterrust noodzakelijk.

Voor de gezondheid van de gila’s is de winterrust noodzakelijk.

Tijdens de warme zomermaanden bouwen de dieren namelijk reserves op, waar de gilamonsters in de wintermaanden op teren. Gaan de dieren niet in rust, dan blijven zij net zoveel eten al in de rest van het jaar. Hierdoor ‘vervetten’ de skinken en worden zij te zwaar. De winterrustperiode is bovendien ook de periode dat de vrouwtjes eieren aanmaken.

Lente

Na acht tot tien weken komen de gilamonsters weer langzamerhand uit hun winterrust en krijgen zij voor het eerst weer te eten. Hun lichaam, en dus ook hun verteerstelsel, moet weer op stoom komen. Zij krijgen daarom niet gelijk een volle portie voorgeschoteld, maar wel muizenhapjes. Hun omgevingstemperatuur bouwt zo weer langzaam op naar vijftig graden; de dieren zijn dan weer in hun vertrouwde terrarium te vinden. Maar dat is voor later; eerst de winterrust. In die rustperiode nemen de blauwtongskinken, die normaal achter de schermen leven, tijdelijk hun plek in. De bezoekers hoeven dus niet tegen een leeg verblijf aan te kijken. 

Blauwtongskink
Blauwtongskink

Malse regenbui

De mantella’s en grijpstaartskinken gaan niet in winterrust, maar reageren weer anders op de seizoenen. In het wild krijgen deze soorten in het najaar meer malse regenbuien over zich heen. Daar zijn zij gek op. Wij zorgen er in het Honderdduizend Dierenhuis voor dat de verblijven vochtig blijven en simuleren met sproeiers ook regenbuien. Natuurgetrouw gebeurt dit in de koude maanden meer dan in de zomer.

De gouden mantella gaat niet in winterrust.

Nooit slaapverwekkend

In ons park staat dierenwelzijn voorop. Wij vinden het belangrijk dat de dieren zoveel mogelijk hun gedrag kunnen vertonen. Daarbij helpt het nabootsen van natuurverschijnselen enorm en dit houdt mijn werk ook nog eens enorm afwisselend. Voor mij is er dus zeker geen tijd voor een winterslaapje.